header

Bel mij!

Recent waren wij bij een goed bezochte bijeenkomst over verzuimbeleid waar de toetsvragen bij re-integratie aan de orde kwamen. Deze avond viel ons weer op dat hierover nog steeds veel onduidelijkheid bestaat. Om aan deze onduidelijkheid een einde te maken, besteden we in deze blog aandacht aan dit onderwerp.

 

Re-integratie

Als je als werkgever geconfronteerd wordt met een zieke werknemer, is er direct sprake van re-integratie en noodzakelijke naleving van de Wet Verbetering Poortwachter. Als werkgever ben je dus vanaf dag één eindverantwoordelijk voor een juiste uitvoer van de re-integratie inspanningen. Het is dus zaak zekerheid te hebben over welke acties, op welk moment op welke wijze uitgevoerd dienen te worden.

 

Leidraad

De volgende vier vragen zijn hierbij een uitstekende leidraad.

  1. Is het eigen werk passend?
  2. Is het eigen werk passend te maken?
  3. Is er ander passend werk binnen het bedrijf?
  4. Is er passend werk bij een ander bedrijf (tweede spoor)?

Peace of cake zou je denken. Maar helaas zitten er ook nog uitdagende kanten aan. Het begint bij het beantwoorden van bovenstaande vragen, in genoemde volgorde. Laat dit vooral een gezamenlijke activiteit zijn van jou en je zieke medewerker. Omdat de antwoorden afhankelijk zijn van de mate van herstel van de zieke medewerker, is het raadzaam op meerdere momenten tijdens de ziekteperiode bovengenoemde vragen aan de orde te stellen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de werknemer in week 34 nog niet in staat is de eigen werkzaamheden weer uit te voeren, maar door toegenomen herstel kan dit in de 51ste week wel weer tot de mogelijkheden behoren. Dus als het antwoord in week 34 op vraag 1 nee was, is het belangrijk te blijven onderzoeken of er kans is op een positief antwoord na verloop van tijd.

Een ander veelgehoord misverstand is dat de vierde vraag pas aan de orde komt als de antwoorden op de eerste drie met een definitief nee beantwoord zijn. Dit is echter onjuist. Als het verzuim langer aanhoudt en nog niet definitief vastgesteld kan worden dat passend werk binnen de eigen organisatie mogelijk is (re-integratie eerste spoor), moet toch al onderzocht gaan worden of passend werk bij een ander bedrijf tot de mogelijkheden kan behoren (re-integratie tweede spoor). Om dit de juiste aandacht en tijd te geven, doet de werkgever er verstandig aan de externe expertise en ondersteuning van een re-integratiebureau in te schakelen. Valkuil is dat een werkgever het re-integratieproces zelf vanaf dat moment meer loslaat en de toetsvragen niet meer beantwoord. Echter: het onderzoeken van de werkmogelijkheden bij een andere werkgever wil niet zeggen dat het eerste spoor volledig afgesloten kan worden. Dit kan slechts in enkele gevallen als dit onomstotelijk is vastgesteld in een arbeidsdeskundig onderzoek.

 

Kortom

Dus de kapstok waaraan een re-integratietraject doorlopen kan worden, is het stellen van bovengenoemde vragen en het, in gezamenlijkheid met de werknemer, vaststellen van de bijhorende antwoorden. Aangezien de antwoorden op de vragen kunnen wijzigen door het herstel van de werknemer is het belangrijk deze vragen regelmatig te blijven stellen.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Laat het ons weten.

Roeland Bridié en Moniek Jansen
CBP 8779 1